Flitsen op wilde dansfeestjes

Zo’n 8 jaar geleden schreef ik deze blogpost. Ondertussen vind ik dit effectje zelf behoorlijk gimmicky, maar het is nog steeds erg handig om in je bag of tricks te hebben. Ik deel het dus graag met jullie met wat meer recente voorbeelden!

Doel: Scherpe foto’s maken van snel dansende mensen in een zeer slecht verlichte ruimte met behoud van sfeer zoals de voorbeelden hier links.

Toepassing: Op feestjes waar er wild gedanst wordt en je lekker kort kan komen zonder het ‘moment’ te verstoren.

Materiaal: Dit lukt met elke camera met een groothoeklens en een flits. De foto’s links zijn bijvoorbeeld genomen met een GX80 compactcamera met kleine pop-upflash.

Nooit een blogpost missen?
Duw op het belletje links onderaan of volg me op instagram en facebook!

Flitsen op de dansvloer – here we go!

Probleem: Je wil zo veel mogelijk van het omgevingslicht binnen krijgen om sfeer te behouden. Je hebt gelezen dat je om veel (sfeer)licht binnen te laten je je diafragma volledig open moet zetten en je sluitertijd zo laag mogelijk. Het probleem hierbij is, een groot diafragma zorgt voor een kleine scherptediepte. Dit heeft als gevolg dat je onderwerp vaak onscherp zal zijn doordat je niet snel genoeg kan scherpstellen in de donkere omgeving. De lange sluitertijd zorgt dan weer voor bewegingsonscherpte wat ook niet wenselijk is bij snel dansende mensen. We hebben ook schrik van flitsen, want vaak als we flitsen is de sfeer helemaal weg… Wat gaan we dan doen?

Wat je moet weten:

  • Een flits is een zeer korte impuls licht tegen meestal een snelheid van 1/5000ste van een seconde of korter.
  • Lange of korte sluitertijd heeft geen invloed op de hoeveelheid flitslicht die in de foto te zien is, aangezien flitslicht altijd even kort is.
  • Sfeerlicht (omgevingslicht) is altijd aanwezig en gaat dus wel beïnvloed worden door sluitertijd (hoe langer de belichtingstijd (sluitertijd), hoe meer sfeerlicht er in de camera binnenkomt)
  • Hoe korter de afstand van je onderwerp tot de flits, hoe korter de fall-of van je licht. (hoe korter je komt, hoe minder licht van je flits dus op je achtergrond zal vallen)

De tip!

    • Zet je camera op een klein diafragma (grote waarde), bijvoorbeeld f/8.
    • Fotografeer met een groothoeklens of zelfs fisheye.
    • Zet je camera op een lange belichtingstijd (bijvoorbeeld 1/10de)
    • Zet je flits recht naar voren en zet hem op manueel op een hele lage kracht.
    • Dans mee en kom heel kort bij je onderwerp (belangrijk!)
    • Zorg dat er zich sfeerlichten achter het onderwerp bevinden (spots, kaarsen, ..)
    • Geef eventueel een draai aan de camera tijdens het nemen van de foto.

flitsfotografie – Uitleg bij de tip:

  • Klein diafragma
    Het diafragma van f8 laat weinig licht binnen maar zorgt er wel voor dat we een grote scherptediepte hebben. Als we met een groothoek objectief schieten gaat die scherptediepte op f8 zelfs al zo groot zijn dat we ons al niet te veel zorgen meer moeten maken. Lock de focus op 2m en zorg dat je altijd ongeveer 2m van je onderwerp staat. En je onderwerp zal altijd scherp zijn.
  • Lange belichtingstijd
    bij de sluitertijd van 1/10 zouden we normaal last hebben van bewegingsonscherpte. En dit is ook zo. Kijk maar naar de lichten op de achtergrond in de voorbeeldfoto’s, deze zijn helemaal uitgesmeerd en onscherp. Stoort dat? Nee. Dat zorgt zelfs voor extra sfeer. Het onderwerp is echter wel scherp aangezien het onderwerp voornamelijk belicht is door onze flits. En zoals ik daarjuist zei, onze flits flitst tegen 1/5000ste of sneller. Dus alles wat enkel of vooral belicht wordt door de flits en niet door het aanwezige licht zal haarscherp zijn.
  • Het vinden van de juiste balans
    Bij deze flitsfotografie techniek is het vooral zoeken naar de juiste balans tussen aanwezig licht en flitslicht. Laat je te weinig omgevingslicht binnen dan is je sfeer weg. Laat je te veel omgevingslicht binnen, dan wordt het onderwerp te veel belicht door het omgevingslicht en zal het effect van bevriezen van beweging door de flits veel minder zijn.
    Test daarom altijd beide apart. Neem eerst een foto zonder flits om te kijken wat je omgevingslicht doet en voeg daarna flits toe.
    Omgevingslicht controleer je met sluitertijd, diafragma en ISO, hoeveelheid flitslicht controleer je met het diafragma en ISO. Het aanpassen van de sluitertijd heeft geen invloed op je flitslicht. Eens je de juiste balans hebt gevonden kan je heel de avond foto’s trekken zelfs zonder door de zoeker te kijken.
  • Komt dichtbij en dans mee!
    Dit is waarschijnlijk de meest belangrijke tip. Om goed je flitslicht onafhankelijk van je omgevingslicht te kunnen controleren moet je heel dichtbij komen. Dit heeft te maken met de fallof van je flash (inverse square law). Om zo dichtbij te kunnen komen moet je uiteraard fotograferen met een groothoek objectief en is het ook best dat je mee danst zodat je opgaat in de massa.
  • Wat doe ik met mijn ISO?
    Je ISO verhoog je als je meer omgevingslicht wilt laten binnenkomen, maar je wil je diafragma niet verder opendraaien omdat je dan scherptediepte verliest of je wil je belichtingstijd niet langer zetten omdat je niet zoveel bewegingsonscherpte wil in delen van de foto die belicht zijn met omgevingslicht…
  • Sfeerlichten achter het onderwerp
    De techniek werkt het best wanneer je zorgt dat er zich spots of sfeerlichten achter het onderwerp bevinden. Anders zou de achtergrond vrij saai en donker zijn. Je kan ook met de achtergrondlichten spelen door een draai te geven aan je camera tijdens de belichting. Je onderwerp blijft scherp doordat de flits je onderwerp bevriest maar de lichten op de achtergrond smeren zich helemaal uit wat een leuk effect kan geven. Soms lukt het bevriezen van het onderwerp met de flits niet zo goed als er veel spots op het onderwerp gericht zijn. Dit omdat er dan teveel omgevingslicht valt op het onderwerp. Ga dan aan de andere kant staan zodat de spots zich achter het onderwerp bevinden en je foto’s maakt van de schaduwzijde van het onderwerp. Of verminder het omgevingslicht door de iso te verlagen of het diafragma nog meer toe te knijpen.
  • Waarom de flits niet bouncen tegen het plafond voor een indirecte belichting?
    Om dit effect te bereiken geeft bouncen een minder goed resultaat. Als je de flits tegen het plafond kaatst krijg je wel een zachtere belichting, maar belicht je langs de andere kant ook heel de feestzaal terwijl je enkel je onderwerp wil belichten. Je gaat beter zien dat je geflitst hebt doordat je kan zien tot waar je flitslicht reikt.
  • Eerste of laatste gordijn?Als je je menu’s in je camera al eens bekeken hebt ben je misschien een optie tegengekomen ‘flitsen op laatste gordijn’. Hiermee kan je eigenlijk gewoon kiezen wanneer je flits moet afgaan, bij het afdrukken of aan het einde van de belichting. (als je dus een sluitertijd hebt van 30 seconden en je flits staat ingesteld op het laatste gordijn zal de flits pas afgaan na 30 seconden.) Ik werk vooral met flits op het eerste gordijn. Wanneer je flitst op het eerste gordijn bevries je het moment wanneer je afdrukt. Flitsen op het tweede gordijn zorgt dat je het moment pas bevriest aan het einde van je foto waardoor je het moment vaak net mist.

Vragen en opmerkingen, of eigen technieken over flitsfotografie, shoot! Daar zijn de comments voor!
Wil je nog meer leren over verschillende flitstechnieken, schrijf je dan zeker in voor onze flitsworkshop!

Leer echt flitsen!

Deze techniek is leuk om te beheersen en om in je toolbox te hebben om in bepaalde situaties te gebruiken. Zorg er wel voor dat dit niet jou ‘one trick pony’ wordt. Wil je je flits echt leren beheersen en je toolbox volsteken met technieken als deze? Met Mind the Moment geven wij uitgebreide flitsworkshops! Ga zeker eens kijken of je je momenteel voor eentje kan inschrijven!

Inschrijven voor flitsworkshop